Equal Pay Day: Meer dan discriminatie.
Volgens data van de Europese Unie was het op 25 november 2025 Equal Pay Day in Nederland. Op deze dag zouden mannen in totaal evenveel hebben verdiend als vrouwen in een heel jaar. Vele media besteden hier aandacht aan en komen met de stelling dat vrouwen de rest van het jaar voor niets werken. Over 2024 lag het gemiddelde uurloon van werkende vrouwen (deeltijd en voltijd) 10.5% lager dan het gemiddelde uurloon van hun mannelijke tegenhangers. Dit getal wordt gebruikt om de datum van 25 november uit te rekenen. Als per sector gecorrigeerd wordt voor opleidings- en functieniveau, neemt dit verschil af tot 4-9% (afhankelijk per sector). Is dit het bewijs dat werkgevers vrouwen systematisch onderbetalen? Dat hoeft niet de conclusie te zijn. In diezelfde cijfers valt terug te lezen hoe het uurloonverschil tot de leeftijd van 30 jaar nihil is. Dit suggereert dat de loonkloof niet volledig voortkomt uit institutionele discriminatie, maar op zijn minst beïnvloed wordt door keuzes en omstandigheden die een rol spelen rond die leeftijd van 30 jaar.
De duiders in de media wijzen op verschillende oorzaken. Ten eerste de subjectieve voorwaarden voor promotie en salarisverhoging. In het verleden heeft dat aantoonbaar een grote rol gespeeld en werden de kwaliteiten van vrouwen structureel lager ingeschat dan die van mannen op het zelfde opleidings- en ervaringsniveau. Zowel de huidige moraal, wetgeving als het grote arbeidstekort maken het bewust structureel minder beoordelen van vrouwen nagenoeg onmogelijk. Dat wil niet zeggen dat het niet meer bestaat en onbewuste vooringenomenheid zal zeker nog een rol spelen, maar verreweg de meeste werkgevers maken geen bewust onderscheid.
Toch zien we nog altijd een kloof, die de meeste onderzoekers ook goed weten te duiden: het krijgen van kinderen lijkt invloed te hebben op het uurloon van de vrouw. Nederlandse vrouwen krijgen namelijk gemiddeld op hun 30e hun eerste kind. De grote vraag die hieruit voortkomt is of het niet volstrekt logisch is dat vrouwen zich na de komst van kinderen meer richten op hun gezin dan op hun baan. In de media wordt gesproken over een ‘babyboete’, alsof je gestraft zou worden voor het stichten van een gezin. Maar een werkgever beoordeelt over het algemeen op bedrijfsrelevante competentie en ervaring. Als een vrouw een half jaar zwangerschapsverlof neemt en daarna in deeltijd werkt, bouwt zij nu eenmaal minder snel werkervaring en bedrijfsrelevante competenties op. De centrale vraag hier is of dit eigenlijk wel een probleem is. Moet een werkgever zwangerschaps- en ouderschapsverlof meetellen als relevante werkervaring? Voor een werkgever levert dat op zich geen meerwaarde.
Een Bijbels perspectief leert ons dat de zorg en opvoeding van kinderen een hoge en waardevolle roeping is, die bijdraagt aan het welzijn van de maatschappij. Het is een dienst die in Gods ogen niet minder waardevol is dan arbeid buitenshuis. Sterker nog, als we Spreuken 31 er op naslaan lezen we dat de zorg van de moeder niet beperkt is tot het aanrecht, maar dat een zij ook werkt en handelt. Dat betekent echter niet dat het terecht zou zijn om deze ervaring mee te laten tellen in het salaris. Sterker nog, als dit meegeteld wordt, levert dit een ongelijk speelveld op waarbij de discriminatie naar de andere kant doorslaat.
Dit effect werkt door in de verdere loopbaan. De meeste jonge moeders gaan in deeltijd werken, en bouwen dan minder snel werkervaring op. Wie minder snel werkervaring opbouwt, maakt minder snel promotie en krijgt minder snel salarisverhoging. De vraag is of we dit moeten zien als een probleem dat opgelost moet worden met gelijke beloning voor gelijke uren, of dat we moeten erkennen dat je je aandacht maar één keer kunt verdelen. In de Bijbel worden vrouwen primair aangespoord om voor hun gezin te zorgen, terwijl hun echtgenoten het land bewerken en het huis beschermen. Alle tijd die een moeder aan haar kinderen geeft, kan niet aan het werk worden besteed, en vice versa. Deze christelijke traditie werkt nog altijd door in de sociale structuren van tegenwoordig. Nog altijd geven Nederlandse vrouwen vaak een groot deel van hun tijd aan hun kinderen. Dit is geen straf, maar een roeping.
De grafiek die getoond wordt op de website van het CBS is natuurlijk een oversimplificatie van de situatie. We kunnen in deze getallen niet zien welk percentage van de loonkloof te wijten valt aan moederschap, welke symptomen zijn van de Simpson-paradox en welke inderdaad discriminatie impliceren. Een ieder beziet de data door zijn eigen politieke bril. Het is te kort door de bocht om te stellen dat een discriminatievrije samenleving geen loonkloof zou hebben. Evenmin zou het een valide zijn om te zeggen dat er door de keuzes van jonge moeders geen discriminatie plaats zou vinden. We kunnen dan in ieder geval concluderen dat de 4-9% loonkloof geen discriminatiecijfer is. Wat die wel is, zal verder onderzoek moeten uitwijzen.
Laten we de nuance terugbrengen en ons niet blindstaren op dit ene getal, waar zoveel mensen, gezinnen en bedrijven achter schuil gaan. De waardevolle inzet van moeders voor de opvoeding en verzorging van hun kinderen verdient onze aandacht, ook als zij dit moeten of willen combineren met hun werk. De arbeidsmarkt blijft mensenwerk, en daar zullen dus ook fouten gemaakt blijven worden. Laten we realistisch kijken naar wat er misgaat en daarop handelen. Tot die tijd bidden we dat ondanks het verschil in loon, ieder kind genoeg aandacht krijgt van zijn of haar ouders; dat de ambities van mama niet hoeven te concurreren met de zorg voor het prille leven dat haar is toevertrouwd.
Raoul Michels
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2025/18/loonverschil-tussen-mannen-en-vrouwen-steeds-kleiner, geraadpleegd 25-11-2025)




Het hele systeem in Nederland is er tegenwoordig op gericht om mannen en vrouwen aan betaalde arbeid te krijgen. Het belastingsysteem is aangepast. Eerder gold het kostwinnerschap als uitgangspunt en nu is het individualistisch. Dat betekent ook dat als man en vrouw in het gezin allebei 30.000 euro verdienen, dat men dan minder belasting betaalt dan als alleen de man in het gezin zou werken met een inkomen van 60.000 euro. De overheid stimuleert dat de vrouw buitenshuis werkt en faciliteert ook kinderopvang met subsidie en belastingvoordelen. Op alle manier wordt het gezin uitgehold. Per saldo zijn we in Nederland armer geworden. Vroeger kon een man het huis kopen en een gezin onderhouden, terwijl de vrouw de dagelijkse zorg voor het gezin had en de huishoudelijke zorg deed. Nu moeten in veel gevallen zowel man als vrouw blijven werken op de arbeidsmarkt om het gezin draaiende te houden. Starters op de woningmarkt die een gezin willen stichten hebben het ook moeilijk en worden gedwongen om allebei te werken om de hypotheek te kunnen betalen van dure woningen (als ze al een woning kunnen krijgen). Ook christelijke stellen en gezinnen hebben hiermee te maken. De eerste roeping van een getrouwde vrouw is in het gezin (als ze kinderen krijgen). Als er kinderen komen is het de roeping om ze zelf op te voeden en niet naar de kinderopvang te brengen. In de praktijk betekent dit dat de vrouw dan de primaire zorg voor de kinderen op zich neemt (al is het alleen al vanwege de borstvoeding) en de huishoudelijke zorg op zich neemt. Dat is totaal gelijkwaardig aan de roeping van de man en niet minderwaardig. Op zich kan werk en gezin best samengaan, maar dat hangt ook van de situatie af. Denk aan een familiebedrijf (boer, tuinder, winkel), waarbij man en vrouw allebei de zaak draaiende houden, maar ook allebei aanwezig zijn als er kinderen thuis zijn. Ooit sprak GroenLinks politica Femke Halsema, thans burgemeester van Amsterdam, in een kamerdebat denigrerend over aanrechtkorting. Als feminist vond en vindt ze dat vrouwen thuis maar niks is, en dat ze een betaalde baan moeten hebben, en opklimmen naar topfuncties. De zorg voor de kinderen komt op het tweede plan en moet dan maar uitbesteed worden. Het probleem is dat de Bijbelse visie op huwelijk en samenleving totaal is losgelaten in Nederland.
Beste Gerard,
Je hebt natuurlijk groot gelijk. dank voor je uitgebreide reactie. Dit is zeker ook een belangrijk thema, maar je kan niet alles in 1 artikel benoemen. Graag verwijs ik dan ook naar het artikel van 20 december, waarin Egbert veel dieper op deze stof ingaat!