Wanneer een paspoort een oordeel oproept
De oorlog in de regio Israël raakt velen diep, ook hier in Nederland. De beelden, verhalen en meningen volgen elkaar razendsnel op, en niet zelden botsen emoties met redelijkheid. Het is begrijpelijk dat mensen een kant willen kiezen; het helpt om orde te scheppen in verwarring. Tegelijk raken we in dat kiezen soms iets kwijt: de bereidheid om elkaar nog echt te horen.
Op verschillende plekken in Nederland en Europa worden Israëlische artiesten, sporters, en sprekers geweerd van evenementen. Enerzijds door het weigeren van toegang (Concertgebouw), anderzijds door geweld (wedstrijd Ajax – Maccabi Tel Aviv).
Het roept felle, gepolariseerde reacties op. De één ziet het als rechtvaardig moreel signaal, de ander als ongebreidelde Jodenhaat. De excessen van de polarisatie verstoppen zich niet. Universitair docent Harry Pettit pleitte zelfs openlijk “voor het ontmantelen van de Joodse staat, zoals begonnen op 7 oktober 2023”, wat weinig aan de verbeelding overlaat, en heeft na ophef vanuit o.a. de regering en vele studenten ontslag genomen. Ondertussen is zelfs een poging tot een gesprek enorm ver weg. Het zou een illusie zijn om te denken dat we ineens tot gemeenschappelijke grond kunnen komen, maar het zou ons allemaal helpen door de zoektocht naar wederzijds begrip aan te gaan, en van daaruit het gesprek te voeren. Laten we daarom het thema eens vanuit verschillende invalshoeken doorlichten.
Om te beginnen zijn vrijwel alle 15 miljoen inwoners van deze regio geboren binnen dit conflict, en zijn in feite slachtoffer van een zware, vijandige erfenis met gevolgen altijd en overal:
- Het is een menselijke neiging om schuld en verantwoordelijkheid te willen plaatsen, maar zelden zien we hoeveel gewone mensen daartussen verpletterd raken. In dat besef groeit misschien het begin van mededogen. Niet door schuld te ontkennen, maar door menselijkheid te erkennen.
- Wie ooit iemand heeft gekend die door z’n paspoort werd beoordeeld, weet hoe onrechtvaardig dat voelt. Achter elk paspoort schuilt een mens met angsten, herinneringen en hoop, niet een politiek standpunt. Toch raken mensen erdoor verstrikt in symboliek: een nationaliteit wordt een oordeel, een gezicht wordt een vlag.
- Een extra last is dat er ‘politieke verantwoordelijkheid’ ligt bij burgers, zoals filosoof Karl Jaspers omschreef. Dan wordt er daadwerkelijk een schuld neergelegd die erop gestoeld is dat burgers onder bescherming staan van de staat en gebruik maken van staatsvoorzieningen, en daarmee onderdeel uitmaken van het collectief van een land. Hier wringt de beoogde rechtvaardiging van het weren van burgers met de menselijke kant.
Daarnaast: het weren van personen op basis van hun Israëlische nationaliteit is een soort discriminatie waarbij billijkheid en racisme ook juridisch dicht bij elkaar liggen:
- Zonder internationale consensus met sancties van bijvoorbeeld VN of EU mist een grondslag voor uitsluiting. Het weren van Israëliërs is daarmee gebaseerd op de subjectieve mening van een organisatiecomité, en weinig onderscheiden van het selectief weren van bijvoorbeeld Zuid-Koreanen of Mexicanen.
- Daarmee kun je je afvragen of er niet sprake is van discriminatie op basis van nationale afstamming, die valt onder de definitie van racisme (IVUR, art 1). Bovendien is niet de intentie, maar de uitwerking doorslaggevend voor de definitie van discriminatie (bijv.: College voor de Rechten van de Mens, 2025-58).
De subjectieve interpretatie van ‘het moreel goede’ en ‘het moreel verwerpelijke’ rondom het weren van burgers bij evenementen gaat sterk samen met de interpretatie van het gewapend conflict in de regio Israël, en dit conflict is allicht één van de meest complexe in de geschiedenis van de mensheid:
- Al sinds de oprichting van het land Israël, ruim 3.000 jaar geleden, zijn er hardnekkig terugkerende conflicten die lijken op de situatie van vandaag. Hoewel de huidige Palestijnen geen nazaten zijn van de Filistijnen die ooit in Gaza woonden, worden ze er sinds de vorige eeuw wel naar vernoemd, en zijn de geografische gelijkenissen groot. Bovendien lijkt de regio ook nu ver verwijderd van duurzame vrede.
- De combinatie van motieven en perspectieven (landeigenaarschap, religie) en lange historie maakt dat het conflict niet eenvoudig te reduceren valt tot ‘goed versus kwaad’ of ‘agressor versus onderdrukt’.
- De uitgebreide propaganda van beide kanten maakt dat het narratief op twee totaal verschillende manieren te lezen valt, te meer omdat onafhankelijke waarnemingen schaars zijn. Daarnaast heeft ieder mens tegenwoordig een sterk gepersonaliseerde nieuws-feed, die informatie eenzijdig aanlevert. Kortom: dit conflict valt precies in de plooi van de loopgraven van gepolariseerd Nederland, waardoor waarheidsvinding op de achtergrond raakt.
Deze overwegingen laten zien hoe vertroebeld het morele landschap is waarin we ons bewegen, en hoe ons hart verhardt als we partij kiezen zonder nuance.
Tenslotte: wie een individu weert vanwege zijn nationaliteit, maakt een moreel statement, maar ook een selectie in menselijkheid. Morele helderheid is zelden zuiver, en morele consequentheid nog minder. Het is begrijpelijk om afstand te willen nemen van geweld, maar zodra dat gebeurt door anderen uit te sluiten, schuift de morele lijn ongemerkt richting willekeur. Misschien is het gesprek – zelfs met mensen als Pettit, hoe ongemakkelijk ook – juist dan het laatste dat we ons kunnen permitteren om te verliezen.
Auteur: Egbert Clevers




Goed stuk Egbert, chapeau.
Waar mensen stoppen met praten, beginnen oorlogen – Charlie Kirk