Doorvragen en Doorgraven
Ik wil jullie een verhaal vertellen. Een verhaal dat zich inmiddels al bijna 100 jaar afspeelt en iedere keer op een andere plek opduikt. Een verhaal dat tot felle polarisatie leidt in de wetenschappelijke wereld, maar voor het brede publiek nagenoeg onbekend is. Een verhaal dat getuigt hoe de strijd tussen de joods-christelijke cultuur en de secularisatie in de wetenschap niet iets is van de vorige eeuw. Een verhaal dat nog altijd springlevend is, en dat begint met de oudste stad ter wereld.
De gouden eeuw van de archeologie
Denk je aan archeologie, dan gaan de eerste gedachten al gauw naar Indiana Jones. Een figuur bedacht door Steven Spielberg in de jaren ’80, maar gebaseerd op een geromantiseerd beeld van de archeologie in de jaren ’20 en ’30 van de vorige eeuw. De archeologie als wetenschap is één van de jongste wetenschappen aan onze universiteiten. Toen een rijke Duitser in 1871 bijna per ongeluk Troje ontdekte, en bewees dat de Ilias een kern van waarheid bevatte, is binnen enkele tientallen jaren daarna een hele wetenschappelijke tak van sport ontstaan. Na het ineenstorten van het Ottomaanse Rijk in 1920, stroomden de archeologen de gebieden rond Israël, Syrië en het toenmalige Trans-Jordanië in. De meesten hadden één doel: het onderzoeken van het Heilige Land.
In het Oude Testament worden talloze plaatsen genoemd die niet te vinden waren op een moderne kaart. Sodom, Gomorra, Zoar, Bethel, Ai, Hazor en Kades. Het zijn steden en nederzettingen die verloren waren gegaan. Als Troje gevonden kon worden, waarom deze andere plaatsen dan niet? Met de opkomst van de archeologie was de wereld één grote schatkist geworden. De Bijbel werd de schatkaart. Inmiddels was er al veel ervaring opgedaan bij grote opgravingen in Egypte. Al tientallen jaren werden graftomben en piramiden uitgekamd en soms in stukjes meegenomen naar West-Europese musea. Maar Egypte was nog relatief voorspelbaar. De gigantische grafmonumenten pronken al vierduizend jaar aan de oevers van de Nijl, en de locaties van de tempelcomplexen en koningsgraven waren in grote lijnen al wel bekend.
In Israël lag dat anders. Over de grote rijken van de Bronstijd was al veel bekend. Het hiërogliefenschrift was ontcijferd, het Babylonische spijkerschrift kon worden vertaald en in 1914 werd ook het Hittitische schrift voor het eerst vertaald, maar hoe zat dat met, naar alle maatstaven, toch kleinere regionale spelers als Juda en Israël? En als we bewijs kunnen vinden voor de latere Bijbelboeken, hoe ver kunnen we dan nog terug in de tijd?
Deze ontwikkeling ging hand in hand met het opkomende zionisme in het begin van de vorige eeuw. Politieke pamfletten en archeologische nieuwsberichten wisselden elkaar af, en versterkten het gevoel en verlangen van een aanstaande terugkeer van de joodse diaspora naar hun thuisland. Toen minister Balfour de intenties voor een Joodse staat kenbaar maakte, was heel het Verenigd Koninkrijk al in de ban van de archeologie van het Midden-Oosten. Naast populaire artiesten die voor het eerst op de radio te horen waren, had men het in de krant massaal over de ontdekkingen in het graf van farao Tut-Ankh-Amun en vergaapte men zich aan de meegenomen en gekopieerde wandtekeningen in de musea van Londen, Berlijn en Parijs.
In deze periode begint ons verhaal, in een grote platte heuvel, even ten noorden van het moderne Jericho: Tell-es-Sultan.
Jericho
De poort van Kanaän. Zo wordt Jericho gepresenteerd in de Bijbel. De nakomelingen van Jakob komen het beloofde land binnen en het eerste dat ze tegenkomen zijn muren, die zo hoog en sterk waren dat geen leger ze kon bedwingen. Toen John Garstang, voormalig hoofd van het Instituut van Oudheden in Jeruzalem, hier begon met zijn opgravingen, wist hij wat hij historisch gezien zou moeten aantreffen. Muren die naar buiten gevallen waren, een stad verbrand en niet weer opgebouwd voor de eerstvolgende vijfhonderd jaar. En hij vond veel bevestigend bewijs.
De jaren ‘30 – John Garstang
Garstang gold als een specialist op het gebied van de late bronstijd in het nabije oosten. 1 Op basis van de gevonden voorwerpen en de puinlagen kon hij onherroepelijk verklaren dat hij het klassieke Jericho gevonden had. Drie dingen waren meteen opgevallen. De muren waren inderdaad naar buiten gevallen, terwijl iedere vorm van oorlogstechniek in die tijd de muren naar binnen zou hebben doen vallen. De voorraadmanden die in de stad aangetroffen werden, waren gevuld met graan, wat twee details verifieert uit het boek Jozua: de inname en verwoesting van Jericho vond in het voorjaar, na de tarweoogst plaats, én Jozua had Israël geboden niets te plunderen uit de stad, die als eerstelingsoffer de Heere toebehoorde. Hoewel kenmerkend, waren dit twee details die in de toen al flink sceptische wetenschap eerder geduid werden als literair en theologisch gemotiveerde verfraaiing dan betrouwbare historische feiten.
De jaren ‘50 – Kathleen Kenyon
In de jaren ‘50 ging een nieuwe expeditie onder leiding van de Britse Kathleen Kenyon van start in Tell es-Sultan. De wetenschap was alweer tientallen jaren gevorderd, en voor veel wetenschappers in die tijd was de ‘rage’ en roofarcheologie van de jaren ’20 en ’30 meer pseudowetenschappelijk dan daadwerkelijk, gedegen onderzoek. Honderden locaties in het nabije oosten waren inmiddels al opgegraven en de historische kennis nam steeds meer toe. In het bijzonder werd duidelijk hoe sterk verweven de beschavingen in de late bronstijd eigenlijk waren. Turkoois uit de Sinaï werd aangetroffen in Babylon en Ninevé, lapis lazuli uit Afghanistan werd voor grof geld verkocht aan de paleizen rond de Middellandse Zee. Kunstenaars van Kreta werden ingehuurd bij het inrichten van Egyptische paleizen, amber van rond de Oostzee werd verhandeld op de markten in Turkije en Perzië. En bovenal was er kruisbestuiving in de mode. Aardewerk van Cypriotische kunstenaars was in het bijzonder erg gewild in de 15e eeuw voor Christus.
In bijna alle opgravingen van steden en paleizen werden scherven van dit type potten aangetroffen. Toen Kenyon echter haar veldwerk rapporteerde, moest zij een ongelooflijk oordeel vellen. In de gehele opgraving trof zij dit kenmerkende aardewerk niet aan.
Garstang had ernaast gezeten. Jericho was al 150 jaar verlaten toen Jozua met zijn leger binnen zou zijn gevallen. De gevallen muren en de verwoestende brand werd gedateerd op 1550 v.C. Daar waren twee voorname redenen voor. Ten eerste het gebrek aan het specifieke type Cypriotisch aardewerk in Jericho. Kenyon had hiervan niets aangetroffen. Het tweede argument was de gloednieuwe dateringsmethode die pas in de jaren ’90 gebruikt werd om kritiek op Kenyons conclusies te pareren: Koolstof-14-datering. Later meer hierover.
Het oordeel leek geveld. De Bijbel was fictie. Jozua was eeuwen later pas bedacht als mooi oorsprongsverhaal en zelfverheerlijking voor een tanend koninkrijk in 600 v.C. En toch.
Veel historici, ook seculiere historici, zat deze lezing niet lekker. Hoewel dit perfect paste in de context van de secularisatie van de samenleving en de mythologisering van de Bijbelse geschiedenis na de Tweede Wereldoorlog, is het zomaar van tafel vegen van een historisch verhaal, vanwege een gloednieuwe dateringsmethode en iets niet kunnen vinden, een erg drastische conclusie. Desalniettemin werd dit de wetenschappelijke consensus. In tegenstelling tot wat Garstang en Kenyon bewezen, wordt tot op de dag van vandaag in de Palestijnse en UNESCO-promotie over Tell es-Sultan gesteld dat Jericho in al die duizenden jaren van haar bestaan continu bewoond is geweest. Zo wordt een incorrecte samenvatting van de wetenschap subtiel politiek gebruikt om de legitimiteit van de Staat Israël in twijfel te trekken.
De jaren ‘90 – Bryant Wood
In 1990 heeft Bryant Wood gepubliceerd over zijn baanbrekende onderzoek naar de opgravingen en veldwerkrapporten in Jericho. Zo belandde hij bij een rapport over de opgravingen op begraafplaatsen buiten de stad. Daar had Garstang al medaillons aangetroffen in de vorm van een kever. Deze zogenaamde ‘scarabeeën’ werden meegegeven aan de doden als geschenk, en vaak waren ze gegraveerd met de heerser van die tijd. En deze lijst van scarabeeën volgde nauwgezet de Egyptische koningslijsten, voor zover die bekend waren… tot aan 1420 v.C. Dit opende een geheel nieuw onderzoek naar Jericho. Want wat doen scarabeeën van farao’s Thutmosis III en Amenhotep III in een stad die al een eeuw verlaten zou moeten zijn?
Wood heeft zich hierin vastgebeten. Hij heeft aangetoond dat Kenyon een aantal cruciale fouten heeft gemaakt in haar opgravingsrapport. Zo is gebleken dat haar opgravingen plaatsvonden in een armer stuk van Jericho, waar Cypriotisch aardewerk een absoluut luxeproduct was. Daarnaast lijkt er een vooringenomenheid een rol te hebben gespeeld. Zoals John Garstang de Bijbel zonder twijfelen aannam als algemene kennis, zo onbetrouwbaar was de Bijbel voor een persoon als Kenyon. Het lijkt een kwestie van tijdsgeest te zijn geweest. Tegenwoordig is een nieuw Italiaans team bezig in opdracht van het Palestijnse ministerie. Zij hebben hun definitieve veldwerkrapport nog niet gepubliceerd. Daar kijken we vol spanning naar uit. Wordt deze casus dan eindelijk beslecht?
Zo blijkt maar dat, hoezeer je ook onafhankelijk wil zijn als wetenschapper, je altijd je eigen bagage meeneemt. Dat is normaal geen probleem. Als wetenschapper dien je je altijd bewust te zijn van die vooronderstellingen, en dat is niet altijd even gemakkelijk. Het wordt pas gevaarlijk wanneer je veronderstelt dat je níét vooringenomen bent. Pure neutraliteit is namelijk nooit realistisch.2 3
Ai
Na de wonderbare inname van Jericho trekt Jozua met de Israëlieten door naar een kleine nederzetting. Dit verhaal is bij het bredere publiek veel minder bekend, maar Jozua’s inname van Jericho is slechts het begin van dit Bijbelboek, het begin van de inname van Kanaän. Zij trekken verder en wanneer Jozua een kleine voorhoede naar het dorpje Ai stuurt, worden zij genadeloos in de pan gehakt. Het Bijbelboek gaat dan vooral in op de theologische lessen, maar niet zonder ons een uitvoerige geografische beschrijving mee te geven. Cruciaal hierin is de relatie tot haar buurstadje en bondgenoot, Bethel.
Bethel, dus Ai
Zelfs als je de beschrijvingen van de Bijbel serieus neemt als historische geografie, kan er nog ruis op de lijn komen. Al sinds het einde van de 19e eeuw was Bethel al geïdentificeerd als de Arabische nederzetting, Beitin. Dit heeft taalkundig ook nog eens een verwante naam. En waar Bethel ligt, daar vinden we aan de overkant van de vallei Ai. We weten dat Ai, net als Jericho, door Jozua is verwoest. Toch werken dit soort expliciete verhalen, met uitvoerige geografische details als een rode lap op een stier in de archeologie. Dit is de schatkaart in actie. Een gigantische tell (een overgroeide ruïne) ligt tegenover Beitin. De spaden van Judith Marquet-Krause en Joseph Callaway gingen de grond in en er werd een grote stad opgegraven.
Toen de lagen echter gedateerd werden, moesten de onderzoekers de harde conclusie trekken dat deze stad al lang en breed verlaten was. Dat was niet hetzelfde als bij Jericho, wegens een gebrek aan luxe aardewerk, maar uit alles bleek dat dit een 17e eeuwse handelspost was, van voor de Egyptische hegemonie over de Levant. Dan kijken we terug vóór de Tweede Tussenperiode naar het Middenrijk. Wederom grepen mensen deze onderzoeken aan en luidde het oordeel: de Bijbel is onbetrouwbaar! Kijk maar naar Ai.
Waarom is het zo dat de seculiere wetenschap zo de Bijbel terzijde kan schuiven bij de kleinste schijnbare tegenslag? Als een historische bron al honderden jaren vóór de stichting van het Romeinse Rijk heilige teksten bevat over hun stichting, zou daar dan geen kern van waarheid in zitten? Er zijn wetenschappers die meer waarheid menen te lezen in de Ilias dan in de Bijbel. En dat terwijl kennis over het fysieke Troje nog maar bestaat sinds 1871.
Toetsen aan de bron
Maar wetenschappers als David Livingston lazen Jozua 6 en 7 nog eens goed door. Paste dat echt bij de ligging van Beitin en Et-Tell? Het ter discussie stellen van de conclusies van je collega’s wordt je echter niet in dank afgenomen. Zeker niet als je met een tegenhypothese op de proppen komt die Bijbels gezien veel beter past. En dat slechts twee kilometer zuidelijker. Bryant Wood komt ook hier weer om de hoek kijken en stelt onomwonden dat Ai hier thuishoort. In Khirbet el-Maqatir vonden zij inderdaad een kleine nederzetting, die, volledig naar de Bijbelse beschrijving, verbrand en verwoest is in de tijd van Jozua. Daarbij was er geen direct zicht op de vallei ten westen van de heuvel, ideaal voor de hinderlaag zoals die in de Bijbel wordt omschreven. En aan de overkant, tegenwoordig een buitenwijk van de Palestijnse stad Ramallah, werd een grotere nederzetting gevonden, die voldeed aan de omschrijvingen van Bethel.
Het is gemakkelijk om de wetenschap in zijn geheel af te schrijven als anti-Bijbels. Er zijn verhalen te over van wetenschappers die inderdaad heel vijandig staan tegenover de historiciteit van het Oude Testament. Maar tegelijkertijd zijn er wetenschappers die vanuit een joods-christelijk en Bijbels perspectief hun werk doen. Ook onder archeologen en historici zijn er die een tegengeluid blijven geven en doorvragen en doorgraven waar anderen conclusies van hun collega’s aangrijpen om de Bijbel als bron aan te vallen. En hoe verder we teruggaan in de tijd, hoe gemakkelijker dat is. Want erosie doet veel. Wind, water, aardbevingen en begroeiing ontnemen het zicht op wat de grond nog bewaart van onze geschiedenissen. Hoe ver kunnen we eigenlijk terug? Ai laat ons zien hoe onze vooronderstellingen ons blind kunnen maken voor tegenargumenten. De oudste geschiedenissen in de Bijbel zijn niet uitgezonderd van de soms verhitte politieke discussies over de betrouwbaarheid van het boek Genesis. 4 5
Sodom en Gomorra
De Dode Zee was niet altijd zo zout als tegenwoordig. Deze binnenzee, die midden op een tektonische breuklijn ligt, vormt een natuurlijk reservoir en heet ook wel een endorheïsch bassin. Dat wil zeggen dat hij niet in verbinding staat met de oceanen, maar een gesloten hydrologisch systeem vormt. Hoewel er momenteel gezamenlijke Israëlisch-Jordaanse plannen zijn om hier verandering in aan te brengen, is dit meer historisch gezien altijd een uniek stukje natuur geweest. En de Bijbel liegt er niet om. In Genesis 13 kijkt Lot uit over het Siddimdal, wat historisch geduid wordt als de monding van de Jordaan in de Dode Zee. Maar hij ziet geen droge dorre bende, overwoekerd met doornstruiken en stof, zoals het tegenwoordig is. Hij vergelijkt het direct met het meest vruchtbare en gezonde land dat hij kent: Egypte.
Noord of Zuid
Moderne analyses van de Dode Zee tonen aan dat het waterniveau in de afgelopen duizenden jaren meerdere malen drastisch is veranderd. Schommelingen in neerslag in de regio zijn hiervan de hoofdoorzaak. Het oppervlak van de Dode Zee zakt nog altijd tientallen centimeters per jaar, en wordt alsmaar zouter. Als we Sodom en Gomorra willen vinden, weten we dat we in dit dal moeten zijn. Maar de grote vraag is waar. In Genesis 14 worden vijf steden genoemd in het dal, die verslagen worden door een bondgenootschap van koningen uit Mesopotamië. Enkele hoofdstukken later lezen we hoe de Heere vuur en zwavel vanuit de hemel op aarde stortte en de steden ‘omkeerde’ als straf voor hun absoluut onmenselijke cultuur. Sodom en Gomorra werden verwoest, maar Zoar werd gespaard. Sterker nog, Zoar bleef een handelsstad tot in de Byzantijnse periode.
En dat is belangrijk. Want door de continu fluctuerende kustlijn van het meer, is het bijzonder lastig om te kunnen duiden waar Sodom en Gomorra precies gelegen moeten hebben. De meeste oude verlaten steden hebben meerdere bewoonde lagen boven elkaar, die iedere keer weer overgroeid zijn. Dit vormen de tells die zo alomtegenwoordig zijn in de gehele Levant. Maar Sodom en Gomorra zijn nooit weer opgebouwd. Nergens in de Bijbel, of buiten de Bijbel, valt te lezen van een herbouw. Lots beschrijving lijkt te stellen dat Sodom en Gomorra in het (toentertijd groene) noorden van de Dode Zee moest hebben gelegen. Zoar lag ten zuidoosten van de Dode Zee, en lijkt te duiden op een zuidelijke ligging.
Zie hier de twee hypotheses die de wetenschappelijke wereld verdeelt. Beiden zijn qua locatie Bijbels onderbouwd, en aan beide kanten zijn bewijzen gevonden van zeer oude steden en een buitengewoon apocalyptische verwoesting. De loopgraven zijn getrokken, maar de kans dat hier ergens op basis van archeologische of historische data een knoop doorgehakt kan worden is aardig klein. Toch weerhoudt dat moderne wetenschappers er niet van om onderzoek te doen. Laten we blij zijn dat we al iets gevonden hebben. We hebben het tenslotte over steden die al bijna vierduizend jaar onbewoond zijn.
De Meteoorhypothese
In 2021 presenteerde Christopher Moore een onderzoek naar Tell el-Hammam in Jordanië. Hij analyseerde een tempelcomplex uit de zeventiende eeuw voor Christus in één van die ruïneheuvels ten noordoosten van de Dode Zee. Wat hij daar aantrof was uniek en angstaanjagend tegelijk. Aardewerken potten die tot glas waren gekristalliseerd. Metalen die gesmolten waren en gedesintegreerde muren. Dit alles, in combinatie met de realisatie dat er geen recentere resten meer gevonden werden sinds die destructielaag. Hun conclusie: een ontploffende meteoor laag in de dampkring, was het enige natuurlijke fenomeen dat dit allemaal kon verklaren.
Een soortgelijk incident vond op 30 juni 1908 plaats in Tunguska in Siberië. Toen twintig jaar later de Sovjet-Unie een expeditie uitstuurde om onderzoek te verrichten konden de massaal omgevallen bomen nog duidelijk waargenomen worden. Is zoiets gebeurd in een Bronstijdstad, en dan al helemaal in een instabiele regio als de Dodezeevlakte? Dan zou de uitwerking inderdaad catastrofaal geweest zijn. Hoe worden aardewerken potten verhit tot 2000 graden Celsius? Dat is voor die technologische ontwikkeling volledig buiten de mogelijkheden. Hoe verklaar je de plotselinge klimatologische omslag van een groene en vruchtbare vallei naar een doodse zoutvlakte? Hoe ontstaat een verhaal als de verwoesting van Sodom en Gomorra überhaupt?
Moores hypothese voldeed aan al deze vragen. Een ontploffende meteoor, hoe onwaarschijnlijk ook, is vaker gebeurd op aarde. Een dergelijke ontploffing boven dit gebied roeit direct alle bewoning eromheen uit. Een dergelijke hitte doet direct een groot deel van de dode zee verdampen en verspreidt het zout als regen over de gehele vallei. Dit trekt een streep door het gehele ecosysteem, waardoor dit onherstelbaar veranderde in de doodse vallei die het tegenwoordig is.
Collegiale kritiek
Maar voor de wetenschap was dit als een vloek in de kerk. Moore was vooringenomen door Bijbelse beschrijvingen te gebruiken in zijn onderzoek. Gewoon het feit al dat Moore Sodom en Gomorra als legitieme onderzoeksobjecten zag en niet als mythe, was genoeg om zijn werk door de shredder te halen. Hij werd verguisd, een hetze (zijn eigen woorden) werd opgezet tegen zijn publicatie, en er ging een schokgolf door de seculiere wetenschap. ‘Dat zoiets in deze tijd nog kan gebeuren’, was dan vaak de verwondering. Niet omdat er baanbrekend onderzoek plaatsgevonden had, maar omdat er een conclusie getrokken werd die een Bijbels verhaal demythologiseert. Als klap op de vuurpijl, is dit artikel door Scientific Reports in 2025 ook nog eens ingetrokken om bedenkelijke redenen. Zelfs al zijn er fouten gemaakt in het onderzoek, de reflex die het oproept is volledig buiten proporties.
Als er zaken zijn gepubliceerd waar achteraf een fout blijkt te zitten moet dat natuurlijk aangekaart worden. Retractie is daarvoor een extreme stap. Je kunt niet lukraak publiceren. Niet iedereen die een hersenspinsel in een mooi artikel heeft verwerkt kan dat zomaar naar een gerenommeerd wetenschappelijk tijdschrift sturen. Hier gaat grondige analyse en peer review aan vooraf. Zowel de onderzoekers als de redactie van Nature zijn dat aan hun stand verplicht. Dit hele traject schrikt mensen ook af, maar is juist bedoeld om de kwaliteit vooraf te borgen. De mensen die nu het hardste roepen dat deze retractie getuigt van een functionele peer review, begrijpen gewoon niet hoe deze wereld werkt. Als er inderdaad methodologische fouten zijn gemaakt, had de peer review die er direct uit moeten halen. Dat betekent dat er dát traject van alles fout is gegaan. Er is geen reden om de auteurs als pseudowetenschappelijk af te schilderen.
Het zet je aan het denken. Is de wetenschap nog wel zo exact? Mag je alles nog wel publiceren? Is de kern van de wetenschap niet dat je volgt waar de data je leidt? Toch lijkt het alsof, wanneer het raakt aan de Bijbel, er in de huidige seculiere wetenschap direct een grens getrokken wordt. De Bijbel is sjibbolet. Wil je de Bijbel onderzoeken, dan ben je theoloog. Ben je archeoloog, dan hoort de Bijbel niet thuis op de plank met betrouwbare referenties. Waarom lijkt de wetenschappelijke consensus zo panisch op dit thema? Of is dat slechts een uiting van onbegrip tussen schurende wereldbeelden? 6 7
Thera en Egypte
We eindigen onze reis in dit artikel in Griekenland, op het eiland Thera. Ongeveer honderd kilometer ten noorden van Kreta rijst een vulkaan vanaf de zeebodem omhoog die in een halve maan net boven water uitkomt. Deze vulkaan is verantwoordelijk voor de grootste vulkaanuitbarsting in Europa sinds het einde van de laatste IJstijd. Groter dan de uitbarsting van de Krakatau in 1883, en vergelijkbaar met de Tambora-uitbarsting in 1815. Die laatste was zo hevig, dat 1816 in Europa bekend staat als het Jaar Zonder Zomer. Over de gehele wereld mislukten oogsten en maandenlang werd de zon verhuld door een dichte nevel van zwavel en vulkanisch fijnstof.
Dat deze vulkaan is uitgebarsten ergens gedurende de Bronstijd, dat was al een tijd bekend. Opgravingen op Thera zelf hebben een Minoïsche handelspost blootgelegd, een cultuur die al sinds ongeveer 1500 v.C. niet meer significant aanwezig was in de regio. Maar koolstofdatering heeft dit preciezer kunnen duiden. Tussen 1630 en 1600 v.C. En dat was bijzonder. Want rond die periode, gedurende de Tweede Tussenperiode van Egypte, hebben we helemaal geen historische bewijzen van zo’n catastrofale ramp, die op zijn minst voor een dun aslaagje in de delta en een massale tsunami moet hebben geleid. Evenmin hebben we dat in Griekenland. Noch in Ugarit, noch in Turkije. De conclusie is dan vaak dat die bewijzen dan gewoonweg verloren zijn gegaan. Die optie moet natuurlijk altijd overwogen worden. Het is ook een hele tijd geleden.
Echter, er zijn wel degelijk aantekeningen gevonden. Farao Ahmose van Egypte, stichter van het Nieuwe Egyptische Rijk heeft op een stela de volgende zaken laten optekenen: totale duisternis bij dag, een onophoudend onweer, een stormvloed die piramiden en graven onder water zette, en lijken die massaal over de Nijl dreven. Het is een lugubere mededeling, maar het past perfect bij wat we weten over vulkaanuitbarstingen van een dergelijke orde. En Farao Ahmose leefde rond 1550 v.C. Dit is het soort onomstotelijk bewijs dat in de geschiedenis als ijkpunt wordt gebruikt, qua betrouwbaarheid vergelijkbaar met de komeet van Halley of een zonsverduistering. Maar hoe gaan we dit gat van 65 jaar dichten?
Aan de ene kant zijn er mensen die heilig uitgaan van de koolstofdatering. De scheikunde zegt dat het zo is, dus de Egyptische koningslijsten moeten een fout hebben. Aan de andere kant is de koolstofdatering helemaal niet zo exact als men soms graag wil doen geloven.
De verhouding tussen koolstof-12- en koolstof-14-isotopen in de natuur varieert met de tijd, maar niet op iedere plek evenveel. Daarnaast is het bijna onontwarbaar wanneer de verhouding weinig varieert voor een langere periode. Dat is precies het geval rond de midden-Bronstijd rond de oostelijke Middellandse Zee. Wetenschappers zijn zich bewust van dit spanningsveld en het is op alle congressen en symposia hét gesprek van de dag. Laat de Bijbel buiten beschouwing en zij kunnen vrijuit discussiëren.
En dan helpt het toch als we meerdere bronnen naast elkaar kunnen leggen. Het bij voorbaat al negeren van de Bijbel als historische bron, die nagenoeg als enige lokale bron dient uit die tijd, klinkt dan ook als dwaasheid, hoe seculier je ook wilt denken. De koolstof-14-methode vertoont namelijk een identieke afwijking met de Bijbel als het gaat om de datering van de verwoestingslaag in Jericho. Twee afzonderlijke historische bronnen, die een wetenschappelijke methode lijken te corrigeren met meer dan een halve eeuw. Dit is normaal hoe dit soort methodes geijkt worden, door harde historische data ernaast te leggen. Maar in de wetenschappelijke literatuur gebeurde afgelopen jaar het tegengestelde. Er werd zelfs gespeculeerd over het omvergooien van de (inmiddels toch al wel- en overbevestigde) tijdlijn van de Egyptische oudheid. Begrijp dat goed. Om niet te hoeven erkennen dat hun scheikundige methode ernaast kan zitten worden historische koningslijsten in twijfel getrokken.
En waar komt de Bijbel hier om de hoek kijken? Dat maakt het pas echt interessant. Want hoewel de Bijbelwetenschappers verdeeld zijn over een jonge en een oude datering, zou deze correctie in de koolstof-14-modellen de verwoesting van Jericho en Ai ontegenzeggelijk in het einde van de 15e eeuw plaatsen (1410-1400). Hiermee zouden de volledige Bijbelse en Egyptische geschiedenissen als puzzelstukjes in elkaar passen. De troonswisselingen van de farao’s zoals beschreven in Exodus komen dan overeen met de koningslijsten van Manetho. Thutmose IV was een tweede zoon van zijn vader. Exodus verklaart waarom hij geen oudere broer meer had aan de hand van de Tiende Plaag. Zelfs de verdere geschiedenis is ineens een stuk logischer. Toen Jozef en zijn broers in Egypte aankwamen heerste er een semitische (de 15e) dynastie over de Nijldelta. Deze werd in de daaropvolgende periode verjaagd door de Egyptische nationalistische 18e dynastie. Dit zijn allemaal historische gegevens, die als puzzelstukjes in de Bijbelse geschiedenis passen.
Maar deze conclusies durven veel wetenschappers niet te trekken. En toch, het meest recente gepubliceerde onderzoek laat steeds meer licht schijnen op een Boek dat door de laatste eeuw van zijn voetstuk getrokken is en in gedegen historisch onderzoek behandeld wordt als een besmettelijke ziekte. 8
Conclusie
Hoe dieper we zoeken, hoe verder terug we de Bijbel als historische bron bevestigd zien worden. Helaas worden die onderzoeken juist door mensen aangehaald om het ongelijk van de Bijbel te bewijzen. Deze strijd is verrassend actueel. Het vraagt om waakzaamheid en steun voor jonge gelovigen in een academische wereld, die allang geen geduld meer heeft voor uiterlijke religie.
Want deze gelovigen zijn er. De wetenschap over één kam scheren doet groot onrecht aan het werk dat christelijke historici en archeologen iedere dag weer verzetten. En hoewel zij (op het moment) een minderheid zijn, blijven ze doorvragen waar seculiere wetenschappers hun pennen neerleggen. Zij blijven doorgraven waar de rest van de spaden zwijgen. Dit werk verdient onze onverdeelde steun en aandacht. De wetenschap profileert zich als baken van het vrije woord en een plek waar academici op hun merites worden beoordeeld. Maar er is een voor velen ongemerkt filter ontstaan. Voor deze groep onderzoekers is de druk en vervolging als christen dagelijkse praktijk. Mogen zij alles nog wel publiceren?
We zijn in dit artikel langs Jericho, Ai, Sodom en Egypte getrokken. En in elk van die onderzoeken komt dit thema naar boven. Wij staan vaak stil bij de vervolgde kerk in verre oorden. Maar in bepaalde academische sferen is deze druk soms niet minder. Dat verdient steun en gebed. Laten we daarom de Filippenzenbrief aanhalen en deze geloofsstrijders ook steunen.
Ik dank mijn God, telkens wanneer ik aan u denk – in elk gebed van mij voor u bid ik altijd met blijdschap – vanwege uw gemeenschap aan het Evangelie, van de eerste dag af tot nu toe. Ik vertrouw erop dat Hij Die in u een goed werk begonnen is, dat voltooien zal tot op de dag van Jezus Christus. (Filippenzen 1:3-6)
Auteur: Raoul Michels
Bronnen:
- Biografie van John Garstang (5-5-1876 – 12-9-1956), Encyclopedia Britannica ↩︎
- B.G. Wood PhD, Juni 2008, “The Walls of Jericho”, Associates for Biblical Research ↩︎
- UNESCO World Heritage – Jericho / Tell es-Sultan, https://whc.unesco.org/en/list/1687/ ↩︎
- E. Robinson & E. Smith, 1841, Biblical Researches in Palestine, Mount Sinai and Arabia Petraea ↩︎
- B.G. Wood PhD, 28-4-2009, The Search for Joshua’s Ai ↩︎
- Retraction Watch, diverse artikelen tussen 2021 en 2026 ↩︎
- C.R. Moore et al, 2021, A Tunguska sized airburst destroyed Tall el-Hammam a Middle Bronze Age city in the Jordan Valley near the Dead Sea, ↩︎
- P. Erdil et al, 2026, Investigating potential radiocarbon anomalies around the time of the Minoan eruption of Thera: A new high-resolution dataset from Groningen ↩︎



