Time for a European Foreign Policy Strategy

Begin deze maand publiceerden de Verenigde Staten hun buitenlandstrategie. De strategie bekritiseert o.a. openlijk de Europese koers. Diverse Europese politici reageerden daarop als door een wesp gestoken. António Costa (president Europese Raad) en Johann Wadephul (Duitse minister BuZa) hekelden de Amerikaanse bemoeienis met Europa, terwijl meerdere Europarlementariërs en zelfs de paus hun zorgen uitten over het voortbestaan van de Amerikaans-Europese banden. Interessant is dat Nederlands Europarlementariër Thijs Reuten aangaf dat Europa eveneens over een buitenlandstrategie zou moeten beschikken, die erover gaat wat wij willen. Genoeg stof voor een grondige analyse. Dit artikel vat eerst de Amerikaanse buitenlandstrategie samen, en gaat daarna in op het Europese perspectief.

Amerikaans perspectief

De Verenigde Staten (VS) zien de wereldmacht steeds verder uit handen glippen nu China en z’n bondgenoten militair, economisch en politiek steeds sterker worden. De tijd tikt in het nadeel. Wat de VS daarmee moet, is geen hogere wiskunde: ze willen de bondgenoten van China losweken en richting de eigen invloedssfeer brengen, en de eigen bondgenoten (Europa) juist activeren. Minder simpel is de uitvoering van de strategie:

  • In het Rusland-Oekraïneconflict beweegt Amerika zich op een dun koord: het streeft naar strategische samenwerking met Rusland voor de toekomst, terwijl het tegelijk probeert het morele aspect te blijven verkopen aan de wereld en de Amerikaanse bevolking.
  • Er wordt westerse technologie geleverd aan Saoedi-Arabië, waaronder wapens, maar dit mag de stabiliteit in het Midden-Oosten niet in gevaar brengen. Concreet probeert de VS ook Chinese 5G-leveranciers buiten de regio te houden in deze regio.
  • Men wil de invloed van China op landen als Venezuela indammen, maar de middelen (het kapen van olietankers of zelfs het militair teweegbrengen van een regimeverandering) zijn politiek moeilijk verkoopbaar. 
  • De VS moet een economische concurrentiestrijd voeren met China in diverse regio’s: grote delen van Afrika, de ‘stan-landen’ (C5+1), India, en Zuidoost-Azië; stuk voor stuk gebieden waar China nu een flinke voorsprong heeft. Het mechanisme wat de VS pogen te bereiken heet multi-vectordiplomatie: landen werken niet exclusief samen met één partner, maar met meerdere (onderling concurrerende) partners.
  • De VS willen Europa absoluut houden als bondgenoot, maar volgens de Amerikanen verkeert Europa in groot verval. Zo is het Europese aandeel in de wereldeconomie gekrompen van 25% in 1990 naar 15% nu. Het Amerikaanse strategiedocument benadrukt bovendien dat Europa te afhankelijk is van China, de prioriteiten verkeerd legt (regelgeving), cultureel transformeert en destabiliseert (migratie), en dat de trouw aan de NAVO verwatert. Het is niet eenvoudig om de juiste toon te vinden die de gewenste veranderingen teweegbrengt, al was er recent succes met het verhogen van de NAVO-norm.

De gehele strategie presenteren is al moeilijk genoeg. De strategie spreekt liefst vier keer over “certain countries”, om minder aanstoot te geven en wellicht om de meest speculatieve plannen niet té zwart-op-wit te zetten.

Positie van Europa

Als Europeanen dienen wij de kritische houding afkomstig uit de VS (Trump, Vance, Musk) zorgvuldig te interpreteren in de juiste context. Het is niet het opzeggen van een verbond. Het is geen impulsieve actie. Het is een ouderwetse ‘schop onder de kont’. En of die schop terecht is, dát is de huiswerkvraag waar we serieus mee aan de slag moeten. Hoe gezond is Europa als geheel? Hebben de Amerikanen een verkeerd beeld, of verkeert ons continent daadwerkelijk in verval? 

Die huiswerkvraag dwingt ons tot reflectie. De Europese economie blijkt kwetsbaar, zichtbaar in sectoren als de auto-industrie, die onder druk staat door Chinese concurrentie en technologische achterstand. Op defensiegebied zijn we decennialang afhankelijk geweest van Amerikaanse veiligheidsgaranties en goedkope Russische energie. Tegelijkertijd komen steeds meer alledaagse producten en cruciale technologieën uit China, wat economische en geopolitieke risico’s met zich meebrengt. Daarbovenop komt een interne politieke fragmentatie binnen EU-landen, die het vermogen tot eensgezind optreden structureel ondermijnt.

Zolang we geen expliciet zelfbeeld formuleren, of een antwoord op wat we willen zijn in een wereld van grootmachten, blijven we lijdend voorwerp van andermans strategie. Bovendien is iedere trans-Atlantische verhouding dan per definitie ongelijkwaardig. Laten we daarom ook zo’n strategie proberen op te stellen, ook met 38 keer “We want” en breder dan Readiness 2030. Zowel intern als extern gericht; zonder taboes, en gedacht vanuit waarheidsvinding. Zonder zo’n strategie blijft Europa moreel hoogstaand, democratisch verfijnd… en strategisch irrelevant. Als Europa niets wil, willen anderen voor ons.

Egbert Clevers

One comment

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *