Standing up for your identity
Binnen het publieke debat is er nauwelijks een onderwerp te bedenken dat zo gepolariseerd is als de discussie rond transgenderwetgeving. Er zijn maar twee wereldbeelden binnen deze discussie waarbij de vraagstukken rond transgenders direct aan de wortel van elkaars identiteit raken. De polarisatie ontstaat omdat hierdoor eigenlijk geen middenweg mogelijk is. Dit komt omdat de twee stromingen dit thema vanuit een heel ander perspectief benaderen. Er is hier geen spectrum van meningen, maar het schuurt tussen twee rechten. Dit maakt het ontzettend moeilijk om in het publieke debat de overeenkomsten op te zoeken en gemeenschappelijke grond te vinden. Laten we daarom kort kijken naar deze twee wereldbeelden, om vervolgens na te gaan of deze inderdaad onverenigbaar zijn.
Het conservatisme in Nederland valt in grote lijnen terug te leiden op de normen en waarden die de joods-christelijke traditie de afgelopen vijftienhonderd jaar gevormd heeft. Eén van de meest fundamentele zaken is dat ieder mens is geschapen en niet bij toeval het levenslicht ziet. Dat betekent dat iedereen bedoeld is met het lichaam en de ziel die hij of zij gekregen heeft. Hoewel de verdere christelijke traditie bepaalde sociale conventies rond huwelijk, seksualiteit, en de rollen van man en vrouw in de samenleving heeft voorgeschreven, erkennen ook conservatieven in Nederland dat ieder mens zijn eigen identiteit heeft. Cruciaal in deze discussie is dat hier lichaam en ziel als één identiteit wordt gezien en identiteit veel meer wordt ontleend aan wat je gelooft, dan aan hoe je je voelt.
Vanuit de links-liberale hoek wordt hier heel anders tegenaan gekeken. Het recht van het individu tot zelfrealisatie staat hier bovenaan. Uit dit wereldbeeld volgt dat een ieder zichzelf zou moeten ontdekken, de vrijheid zou moeten hebben om daarvoor uit te komen en dat deze identiteit gefaciliteerd moet worden door de omgeving 1. Binnen de liberale sfeer is er natuurlijk wel discussie over in hoeverre een individu zich moet aanpassen voor de identiteit van een ander individu. Als de een zich moet aanpassen voor de identiteit van de ander, wordt deze in de uiting van zijn identiteit beperkt. Onder deze discussie blijft echter het fundament staan dat het opkomen voor je identiteit het hoogste goed is.
Wat is iemands identiteit dan precies? In beide wereldbeelden wordt hier heel anders over gedacht. Heb je als individu primair een verantwoordelijkheid tegenover je naaste of heeft ieder individu het recht op een ongehinderde uiting van wie hij is? Als we dat projecteren op een relatie, dan zien we diezelfde vraagstukken opkomen: aan de ene kant een relatie waarbij beide partners deel van zichzelf opofferen en samen één worden, aan de andere kant twee individuen die elkaar stimuleren om zo beide tot volledige ontplooiing te komen. Opoffering en ontplooiing kunnen weliswaar gedeeltelijk samen gaan, maar nooit allebei volledig. Het is niet mogelijk om je volledig te ontplooien en tegelijk een deel van jezelf op te offeren voor de ander. Daarom stelt de joods-christelijke traditie dat de hoogste vorm van zelfontplooiing wordt gevonden in de dienst aan de ander. Het is daarom ook zeer moeilijk om een definitie van ‘identiteit’ te geven, als de ene groep dit associeert met gevoel en de andere met de sociale groep waarbinnen men zich thuisvoelt. Is je identiteit ‘Vrouw’ of ‘Ajacied’? Het is een vraag die nergens op slaat, omdat de twee definities niet met elkaar te vergelijken zijn.
De medische wereld kent het fenomeen genderdysforie. Hiervan is sprake als een individu onbehagen ervaart in zijn biologische sekse. We spreken van transgender als iemand zich afwijkend van zijn sekse identificeert. In het publieke debat is het belangrijk om deze twee termen strikt gescheiden te houden. Het ene is volgens de DSM-5 (handboek voor psychische stoornissen) gecategoriseerd als klinisch zelfbeeld, het andere is een ervaren identiteit. Vaak is het wel het geval dat genderdysforie de oorzaak is van een transgender identiteit. Ook zien we in het dagelijks leven dat steeds meer mannen en vrouwen zich transgender identificeren. Of dit werkelijk zo is, of dat het nu alleen maar meer belicht wordt, daar wordt nog over gediscussieerd 2.
Vanuit conservatieve hoek wordt in ieder geval met afschuw gekeken naar de redenering dat ‘transgender’ de gezonde conclusie zou moeten zijn op genderdysforie. Het probleem ligt niet bij genderdysforie, wat over de volle breedte echt wel als psychische last wordt erkend, maar die identiteitsstap die daarop volgt. Dat gebeurt niet omdat conservatief Nederland vindt dat je je niet anders zou mogen identificeren, maar vooral omdat de transgender identiteit als een uitweg wordt gezien voor een psychisch probleem. In plaats van met het probleem te leren omgaan, kiezen deze mensen er (bewust of onbewust) voor om hun problemen niet op te lossen, maar om zich te identificeren met deze aandoening. De consequentie van identificatie is dat de rest van de samenleving zich hier dan verplicht op zou moeten aanpassen. Dit is wat veel weerstand oproept.
Vanuit de liberale hoek wordt dan gesteld dat iemand niet afgerekend mag worden op diens identiteit. Hier wordt gesteld dat genderdysforie een probleem is, omdat de persoon in kwestie zijn identiteit nog niet heeft geaccepteerd. Dat wil dus zeggen dat zolang een persoon die lijdt aan genderdysforie niet ‘uit de kast gekomen’ is, hij zijn identiteit blijft onderdrukken. De houding varieert dus sterk: moet de samenleving genderdysfore personen psychische hulp verlenen om hun identiteit te aanvaarden, of moeten we hen helpen omgaan met hun gevoelens zonder het lichaam aan te tasten of te ontkennen? Deze twee zijn natuurlijk volledig andere benaderingen van hetzelfde fenomeen.
Hoe kunnen wij elkaar hierin toch opzoeken en in vrij debat treden zonder dat alles op de persoon betrokken wordt? Ten eerste ligt er een probleem bij het woord ‘gender’. De soepelheid die daarvan uitgaat kan niet adequaat worden verankerd in de wet. Wettelijk en biologisch gezien zijn er twee geslachten. De wet kan niet beoordelen hoe iemand zich identificeert. Dat zou niemand kunnen. Bovendien heeft iedereen een identiteit te respecteren. Als dit respect niet ervaren wordt wekt dat rancune en onbegrip op. Iedereen mag opkomen voor diens identiteit, maar degelijke wettelijke verankering hiervan is onmogelijk, omdat een sluitende definitie van transgender ontbreekt. Identiteit is uiteindelijk uniek; dat kan niet in een keurslijf worden gevangen. De kunst is om in het vrije debat het onderliggende wereldbeeld van elkaar te onderkennen. Zonder wederzijds begrip is het uitwisselen van argumenten zinloos. Pas wanneer we elkaars fundamenten begrijpen, kan het gesprek over de wet werkelijk beginnen.
Raoul Michels
Voetnoten
1. Begrippenlijst Transgender Netwerk Nederland , geraadpleegd 29-12-2025 ↩
2. “Mijn gender, wiens zorg?”, Sociaal en Cultureel Planbureau (2023) ↩



