Vrijheid en Onvrijheid
Ook als het even niet uitkomt.
Vrijdag 29 mei start de parlementaire enquêtecommissie met de openbare verhoren over de aanpak van de coronacrisis. Het is een uitnodiging aan heel Nederland om, zes jaar na de eerste uitbraak, in alle rust terug te kijken op hoe niet alleen de overheid, maar juist ook hoe wijzelf hebben gehandeld.
Op de verantwoordelijkheden van onze overheid en het handelen van het Outbreak Management Team richt ik mij nu bewust niet. Daar dient namelijk die hele parlementaire enquête voor, en ik houd mij graag bij mijn eigen leest. Waar ik wel op zou willen reflecteren is de houding die de rest van ons gehad heeft, hoe wij gekozen hebben te reageren, en hoe wij, tot op de dag van vandaag, de nasleep ervaren van deze unieke collectieve levenservaring.
Nederlands activisme
Nederlanders zijn, van Noord tot Zuid, een brutaal volkje. We hechten veel aan onze vrijheden, maar anders dan de protestminnende Fransen zijn wij over het algemeen aardig volgzaam. Ons beklag is er één van het bierviltje, niet één van het gele hesje. Dat betekent echter niet dat we onze meningen tot de vrijdagavond beperken, integendeel. Maar het betekent wel dat, wanneer er écht iets moet gebeuren, de meeste Nederlanders zich netjes schikken naar de wet, en hun protest bewaren tot bij de volgende verkiezingen. Het is een heel calvinistische instelling, gevormd door het orthodox-protestantisme van Johannes Calvijn, dat hoogtij vierde in de zeventiende eeuw, en dat nog altijd de Nederlandse houding onderscheidt van de Franse of de Duitse.
De vergelijking tussen Nederland en de omringende landen over hoe wij omgaan met de overheid, zeker in de context van de coronapandemie, loopt dan ook bij voorbaat al spaak. Wat er tussen 2020 en 2022 gebeurde, wekte in Nederland een reactie op die men in de ambtenarij van Den Haag nooit heeft zien aankomen. Want toen de lockdowns en de samenscholingsbeperkingen eenmaal van kracht werden, ontstond er een vijandschap tegenover de overheid die nog altijd zijn sporen na laat in de vertrouwenscijfers.
Het was niet dat mensen niet accepteerden dat er maatregelen getroffen moesten worden. Maar velen doorgronden de proportionaliteit eenvoudigweg niet. Terwijl bijeenkomsten tot 100 personen vaak nog doorgingen en thuiswerken slechts een advies was, bleef de bezoekstop in verpleeghuizen onverminderd van kracht. Dit raakte honderdduizenden kwetsbare mensen en hun dierbaren direct en diep. Het wekte de indruk dat festivals en vergaderingen belangrijk genoeg gevonden werden om perspectief te bieden, terwijl de kwetsbare ouderen hun laatste levensfase maar in eenzaamheid moesten doorbrengen.
Deze gedachte is natuurlijk nooit de bedoeling geweest van de experts en de bewindslieden, die oprecht meenden de wetenschappelijk beste maatregelen te treffen voor zowel de volksgezondheid als de economie. Maar bij deze maatregelen, die van de ene op de andere dag konden veranderen, leken consequent de psychologische gevolgen, bewust of onbewust, buiten beschouwing gelaten. Logisch, gezien de crisissfeer waarin deze mannen en vrouwen moesten handelen, maar pijnlijk dat dat gevoel toch is blijven hangen.
Den Haag of Jeruzalem
Om deze dynamiek te begrijpen, is een historische en theologische parallel verhelderend. In Mattheüs 22:15-22 wordt Jezus geconfronteerd met een politieke valstrik. Hem wordt gevraagd of het geoorloofd is om belasting te betalen aan de keizer. Als Hij zegt dat het geoorloofd is, verraadt Hij Zijn volk. Zegt Hij dat het niet geoorloofd is, dan zal Hij meteen worden gearresteerd vanwege opruiing. Zijn antwoord wordt vaak geciteerd, maar zelden begrepen: “Geef aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.” Analoog hieraan zou je kunnen vragen: “Is het geoorloofd oppressieve wetgeving te gehoorzamen?” Want net zoals in Judea iedere transactie met Romeinse munten inging tegen het verbod op mensen- en afbeeldingenverering, zo raakten ook de coronamaatregelen diep in de levenssfeer van mensen. Petrus legt dit later in zijn zendingsbrief verder uit, wanneer hij uiteenzet hoe de strijd van een christen niet is tegen degenen die sociaal boven hem geplaatst zijn. De echte strijd van een christen is tegen alle verleidingen van de wereld, zowel van binnen als van buiten. Een christen is als mens namelijk veroordeeld tot deze gebrekkige wereld, maar heeft heimwee naar zijn woning in de hemel.
Wat Jezus, en Petrus na hem, hiermee nu niet zegt is dat je je niet zou mogen uitspreken of zou mogen protesteren. Niet iedereen is in de gelegenheid iets te veranderen aan zijn positie in deze wereld, en Christus verkondigt ons vrede, ondanks de sociale positie die wij hebben. Hij verkondigt ons geen rebellie, want rebellie impliceert dat je jezelf als mens verheft boven een ander. Hij verkondigt ons evangelie, een betrouwbaar tastbaar getuigenis. Of de orders nu uit Den Haag of Rome komen, wanneer wij Christus willen volgen, is er buiten Hem een onoverbrugbare grens tussen deze wereld, en de Nieuwe Aarde die Hij ons verkondigt. Op die manier is ook het calvinistische Nederland gevormd.
Protest uit de kerkbanken
En wat gebeurde er in 2020? Juist vanuit de meest volgzame delen van de Nederlandse samenleving, vanuit de behoudende, orthodoxe kerken, kwam een sterk verzet dat uitsteeg boven de gemiddelde meestribbelende gehoorzaamheid van de rest van het land. Het waren juist de gemeenschappen die Den Haag en Jeruzalem sterk scheiden en hun heil buiten het Haagse zoeken, die op de bres sprongen. Waarom? Omdat zij maatregelen zagen die politiek gemotiveerd leken in plaats van beschermend. Omdat zij zagen dat de leiders van het land vrijheden inperkten die de identiteit van hen als christenen frontaal aanvielen. Toen het samenscholingsverbod van kracht werd, en de kerken met klem werd ‘geadviseerd’ maximaal 50, later 10, mensen toe te laten, gaven de kerkenraden, als ambtelijke besturen, hier in groten getale gehoor aan. Maar de gelovigen, de christenen die juist in deze tijd hun hoop en steun in de kerk zochten, voelden zich van overheidswege verweesd.
Jezus’ antwoord stelt niet dat wij niet burgerlijk ongehoorzaam zouden mogen zijn. Integendeel, iedere profeet uit het Oude Testament was dat tot op zekere hoogte. Het bekendste voorbeeld is Daniël, die ondanks een gebedsverbod, stug driemaal daags voor een open raam blijft bidden. Nee, Zijn boodschap gaat over het verheffen van de mens boven wat er echt toe doet, en dat is onze relatie met God. En dat dwingt ons tot een moeilijke en confronterende vraag. Was onze houding ter ere van Hem, of ter ere van onszelf?

Hoe kijken wij nu terug op die jaren? Met kracht, omdat wij er sterker uit gekomen zijn? Met schaamte, omdat we onze boosheid ons de baas lieten zijn? Met verdriet, om de mensen die ons ontvallen zijn? Of met acceptatie, omdat ook deze zaken ons herinneren aan het feit dat wij onszelf, ondanks vrome woorden toch weer verheven hadden, en meenden alles zelf in de hand te hebben? Of misschien met ongemak, omdat wij stiekem wel blij waren dat het Kremlin het einde van de crisis aangreep voor een ‘speciale militaire operatie’ omdat die direct ons kortetermijngeheugen wiste van alle nare ervaringen daarvoor?
Een moreel kompas zoeken
De vertrouwenscijfers laten een beeld zien van een overheid die gefaald heeft. Hoewel de coronacrisis natuurlijk niet de énige domino was, was het de meest tastbare en voor de meesten van ons de meest ingrijpende. Hoe kijken wij nu naar de overheid? Zien wij nog steeds onze medemensen die in alle gebrokenheid proberen ons land de ‘goede’ kant op te leiden, of zien wij slechts een failliet bestuur, terwijl wij binnen én buiten de grenzen van de democratie op zoek zijn naar houvast en een moreel kompas? Zou het niet mooi zijn als de christelijke gemeenschappen in Nederland ook hier naar voren stappen? Zou het niet prachtig zijn wanneer wij een Hoop en een Waarheid mogen verkondigen, die niet afhankelijk is van peilingen of vertrouwenscijfers. Want we zitten nu in een crisis die niet op de IC’s te voelen is. Hoe bestrijden wij de massadepressie onder jongeren, nu de liberale belofte van grenzeloze zelfontplooiing hen steeds vaker breekt? Hoe beschermen en onderwijzen wij onze kinderen op een manier dat zij niet ten onder gaan aan de plicht tot perfectie waarin je zelf nooit genoeg bent. Hoe geven wij hen een fundament waar ze altijd op terug kunnen vallen, zonder af te zinken in de diepte? Calvijn herkende dit al en zijn filosofie geeft die basis. Het is de rots waarop Nederland als economisch machtsblok gebouwd is. Het geeft zekerheid van vertrouwen in de inherente onzekerheid van de toekomst.
Auteur: Raoul Michels
